vrijdag 25 mei 2007

reacties

Geen reacties op mijn weblog. Zou hij wel gelezen worden? Of zit ik voor me uit te dromen zonder dat iemand met mij mee wil denken? Is het allemaal gesneden koek? Geen voer voor discussie?

Vanmorgen kreeg ik wel een reactie op mijn column in de rekreavakkrant. Hoera, de eerste na ongeveer zes bijdragen. Ik word gelezen! De column ging over de nieuwste speeltoestellen die gevuld zijn met elektronica. Een onzichtbare stem geeft speelmogelijkheden aan en opdrachten op en zegt of iets fout of goed is uitgevoerd. De reactie bestond uit een waarschuwing ‘Gods Woord alleen te gebruiken waar het voor bedoeld is…. vanwege de Heiligheid van God en Zijn Openbaringsvorm’, omdat de lezer de indruk had dat ik verwees naar het Bijbelboek Genesis. Een duidelijke overschatting van mijn creativiteit maar ik blijf blij met zijn reactie, want daar kun je weer wat mee.
Soms krijg ik pas weken na een workshop of ouderavond een reactie die me aan het denken zet., De eerste reacties zijn meestal positief…het was leuk…zo hadden ze er nog nooit over nagedacht en inspirerend, dat zijn bekende commentaren. Hoe leuk, lief en complimenteus ook…ik ben langer bezig met kritische noten. Die komen meestal later en ik vrees dat ze mij vaak niet bereiken. Hoeveel opmerkingen zijn een eigen leven gaan leiden in familiekringen en tijdens leidstersbijeenkomsten?
Kinderen spelen omdat – en zo lang – ze het leuk vinden, roep ik vaak. Ik weet dat soms gedacht wordt dat ik daarmee zeg dat alles wat ze doen goed is. Fout. De vergelijking met voedsel helpt misschien om wat nuance te brengen in deze benadering. Kinderen eten liever en beter wat ze lekker vinden…maar niet alles wat ze lekker vinden is goed of het beste voor ze….wat niet wil zeggen dat alles wat niet lekker is, beter voor ze is…..goed eten kan heel lekker zijn….zoals goed spelen heel leuk kan zijn maar niet alles wat ze leuk vinden goed spelen is. Volgt u het nog?
Ik probeer ze zoveel mogelijk zelf te verzinnen maar ben pas echt geraakt als commentaren me aangereikt worden. Dat geldt voor de opmerking waar ik mee begon net zo goed als een verontwaardigde reactie op ‘mijn verbod voor leidsters om over iets anders te praten dan werk en kinderen in de groep’. Of misschien nog wel erger ‘mijn verbod om in te grijpen als kinderen op een klimrek capriolen staan uit te halen’.
Was ik zo kort door de bocht en ongenuanceerd? Of werd voor het gemak even vergeten hoe we vaststelden dat het kind centraal stond in de benadering op een kinderdagverblijf. Leidsters zijn er voor kinderen. En veilig bestaat uit veilig gemaakt , door de fabrikant, veilig gegeven ,door de ouder/organisatie/leidster en veilig gebruikt, door het kind. Wanneer ieder zijn verantwoording neemt past daar ruimte bij voor verantwoording van het kind voor zijn eigen handelen. Deze is gebaseerd op vertrouwen van volwassenen, wat iets anders is dan zonder toezicht , begeleiding en informatie een kind zijn gang laten gaan. Bij deze verantwoording horen risico’s die als we ze willen vermijden ongetwijfeld vertrouwen, vrijheid en verantwoording beperken.
Be prepared…zeggen grote avonturiers voor ze iets wagen.

maandag 7 mei 2007

Spelen en jeugdbeleid

Ik vraag me af of de bewindslieden Rouvoet (jeugd en gezin), Vogelaar (wijken), Dijkstra (kinderopvang) en Plasterk (onderwijs) bij hun honderd dagen inventarisatie voldoende aandacht hebben voor de noodzaak en mogelijkheden van spelen. De opmerkingen die ze maken over ‘preventieve opvoedingsondersteuning’, ‘sociale cohesie’, ‘ontwikkeling van jonge kinderen’ en ‘het nieuwe leren’, raken spelen allemaal …net niet. Ze lijken tot nu toe meer gericht op een inventarisatie van problemen en mogelijkheden om daar mee om te gaan dan op mogelijkheden om deze problemen te voorkomen.
De kans is groot dat ze na juni komen met prachtige voorstellen voor meer hulpverleners, toezichthouders, toetsen en verplichtingen, waarmee de schade kan worden aangepakt. Belangrijke maatregelen voor waar problemen zijn ontstaan, maar liever zie ik problemen voorkomen.

Ik pleit voor beter worden waar niemand nog ziek is. Daarvoor hebben bewindslieden inzicht en wijsheid nodig waarmee het speelpeil van alle kinderen in Nederland, al dan niet geboren uit Nederlandse ouders, in steden en provincies, is te verhogen. Daar is meer tijd en ruimte voor nodig, meer inzicht en deskundigheid van ouders en begeleiders, meer informatie over aanbod wat betreft kwaliteiten, waarden en weloverwogen keuzes en meer betrokkenheid bij de essenties van spelen; ervaren – ontdekken – uitproberen –en gelegenheid tot herhalen waardoor vaardigheden kunnen ontstaan met uitdaging voor nieuwe ervaringen. Hier hoort geen geld bij voor nieuwe materialen maar voor meer deskundigheid en begeleiding. Ik zie kansen voor Jeugd Gezondheids Centra waarneer deze samenwerken met speelotheken, jeugdwerkorganisaties en wijkbeheer. Ik hoop op een opleving van sociaal cultureel werk, het ouderwetse clubhuiswerk compleet met timmerclubs, spelletjescompetities en vakantieactiviteiten met uitdaging voor kinderen om actief bezig te zijn in plaats van zich passief te laten vermaken door beeld, geluid en voorgeprogrammeerd aanbod.

Buiten spelen moet weer leuk worden, binnen spelen mag weer creatief, met vriendjes. Het nieuwe spelen als voorloper op het nieuwe leren lijkt mijn inziens veel op traditioneel spelen, compleet met vies worden, vrijheid en bijbehorende risico’s. Het is een beetje triest om te pleiten voor oude waarden, beseffend dat deze voor heel veel kinderen en jonge ouders nieuwe waarden zijn.
Na alle oproepen om meer te bewegen voor een langer leven zou ik zo’n zelfde campagne willen zien voor in beweging komen van inventiviteit en fantasie om te spelen voor een beter leven.