dinsdag 25 september 2007

ouderavonden

De ouderavonden beginnen.
Leuk.
Het zijn, geef ik toe, een soort optredens. De bal ligt bij mij. Daar mag om gelachen worden. Een beetje cabaret verzacht de prikken die ik uitdeel. Een saai verhaal past niet op zo'n avond waarvoor ouders bereid zijn hun televisie uit te laten en fitness af te zeggen. Ze willen graag weten waar ze op kunnen letten bij de aanschaf van speelgoed en zijn er tegelijkertijd van overtuigd dat ze het al zo goed mogelijk doen en ook dat willen ze horen.
Die spagaat tussen behoefte aan informatie en bevestiging van eigen opvoeding is alleen te maken met begrip en waardering. Nu ouders zo worden overspoeld door mogelijkheden, waarschuwingen, voorbeelden van hoe en waar het mis kan gaan maar ook hoe belangrijk het is om vanaf de eerste dag na de geboorte voor een goede aanpak te zorgen, is naast feitelijke informatie relatievering nodig. Feitelijke informatie over veiligheidaanduidingen bijvoorbeeld, naast aandacht voor het belang van uitdaging met bijbehorende risico's om te voorkomen dat een kinderleven wordt dichtgetimmerd met angst. Om recht te doen aan zowel bezorgdheid als overtuiging, dik ik herkenbare voorbeelden wat aan, zodat ouders kunnen denken; 'Ik weet waar dat op slaat maar zo gek ben ik nog net niet'. De kop van de spijker is daarmee wel geraakt. Ik hoop dan maar dat het voorbeeld in een bredere zin blijft hangen. Al zijn ze het gloeiend met me oneens, een hakende mening is altijd beter om over na te denken dan onbewust zijn van eigen handelen.

Geen boodschappenlijstjes

Ik ga bij voorbaat uit van hun betrokkenheid.
Ouders die naar de ouderavonden komen zijn per definitie liefdevolle ouders. Ze willen het goed doen en zijn zich bewust van voetangels en klemmen verbonden aan het ouderschap. Ze verwachten feiten en antwoorden. Ik doe mijn best in de overtuiging dat ik ze veel kan vertellen maar waarschijnlijk net niet datgene wat ze het liefste willen weten. Want het liefst willen veel ouders wat ik altijd 'boodschappenlijstjes' noem. Weten wat ze moeten kopen, moeten doen, moeten laten om hun kind zich te doen ontplooien. En juist dat weet ik niet. Want ik ken hun kind niet. Een kind is pas bijzonder zodra het niets bijzonder is. Geen twee kinderen zijn gelijk. Ieder kind heeft het recht om anders te zijn dan een ander kind, van andere dingen te houden, dingen op andere manieren te doen en eigen conclusies te trekken. Mijn hulp bestaat uit een soort stadsplattegrond waarop straten staan maar geen route. De route maak je zelf. Ik weet niet waar je heen wilt. Maar als je goed kijkt naar mijn platttegrond zie je waar je uit komt als je daar links af gaat.
Ik kan en wil ze vertellen hoe ze kunnen zien waar hun kinderen van houden, aan toe zijn met als belangrijkste boodschap dat ze zelf moeten kijken...niet naar met wat maar hoe hun kinderen spelen.
Ik zet ze naar ik hoop aan het denken hoe ze het spelen van hun kinderen kunnen beïnvloeden door de tijd en de ruimte die ze letterlijk en figuurlijk aan spelen willen geven, maar de grenzen trekken ze zelf. Ik hoop dat ze het met mijn speldenprikken in het achterhoofd weloverwogen doen, maar besef dat grenzen niet universeel zijn.
Ik wijs ze waar ze op kunnen letten wanneer ze speelgoed uitzoeken, geven en laten gebruiken, met de nadruk op algemene kenmerken met aandacht voor individuele invulling. Mijn pogingen om houvast te geven voor een individuele benadering dreigen keer op keer te veranderen in stempels. Mijn verwijzing naar de invloed van aard bijvoorbeeld; de rauwers, douwers, bouwers en schouwers, zijn niet bedoeld om kinderen in een hokje te stoppen maar om aandacht te vragen voor individuele verschillen. Niet alle driejarigen willen hetzelfde, spelen op dezelfde manier en hebben hetzelfde nodig.
Ik vertel niet wat mensen moeten geven, wel wat een keuze kan betekenen. Blank houten speelgoed geeft een andere boodschap dan speelgoed werkend op batterijen, buiten spelen geeft andere mogelijkheden dan binnen, samen is anders dan alleen, de intentie tot spelend leren leidt tot een ander aanbod dan spelen om de tijd te verdrijven, een Barbie verbeeldt een andere maatschappijvisie dan een gewone pop. Dit zijn geen boodschappen met merken maar met kenmerken. De een is niet beter dan de andere, wel anders. Ouders mogen, nee moeten, zelf kiezen. Speelgoed is het visitekaartje van de opvoeding. Ik heb nog een paar avonden vrij.....

vrijdag 7 september 2007

Speelotheken; Leen goed speel goed

Nog even ben ik voorzitter van de Vereniging Speelotheken Nederland. Op 3 november neem ik tijdens de jaarvergadering afscheid van de club waar ik zelf het initiatief toe nam. Ik ben ruim dertig jaar warm voorstander van de mogelijkheden van speelotheken. Speelotheken lenen speelgoed uit en dat kan grote voordelen hebben. Volgens mij kunnen ze enorm veel betekenen in het door verschillende ministeries gewenste beleid; voor jeugdzorg, preventieve opvoedingondersteuning, welzijn in wijken, inburgerring, dagarrangementen voor schooljeugd, samenwerking van kindgerichte organisaties en individueel aangepaste hulpmiddelen voor zowel educatieve, sociale als fysieke ondersteuning.
Helaas zien de ministeries en met hen, veel gemeentes en potentiële partners, de mogelijkheden wel maar negeren ze vervolgens met overtuiging. Ze klagen over het gegeven dat de meeste speelotheken vrijwilligersorganisaties zijn en die zijn per definitie onbetrouwbaar omdat gegarandeerde continuïteit op beleid en deskundigheid ontbreekt…ze hebben daarin helaas gelijk. Maar ze stellen tegelijkertijd diezelfde speelotheken niet in staat om deskundigheid en continuïteit te verwerven. De meeste van de daar toe aangewezen provinciale steunpunten, de CMO's, bieden speelotheken geen deskundigheid aan omdat speelotheken daarvoor geen geld hebben. Gemeentes geven geen, nauwelijks en steeds minder subsidies omdat speelotheken binnen de WMO niet als partner gezien worden. Speelotheken krijgen geen kansen om zekerheid te creëren door het aanstellen van beroepskrachten. Net als voor peuterspeelzalen mogelijk bleek hadden we gemeentes willen kunnen bezoeken om ze wijzer te maken, maar alle subsidie aanvragen van de vereniging zijn afgewezen. Van alle betreffende bewindslieden kregen we bevestigd hoe sympathiek ze tegenover speelotheken staan en de mogelijkheden onderschrijven. Om vervolgens door te wijzen naar gemeentes en provincies waar een landelijke organisatie niets aan heeft, naar nieuwe initiatieven waar vooral problemen centraal staan waar speelotheken als laagdrempelige organisaties zonder indicaties, niet mee bezig zijn of naar subsidies waar we niet voor in aanmerking komen. Speelotheken zijn vreemde eenden in de bijt...men ziet wel dat ze mooi zouden kunnen worden maar voorlopig krijgen ze geen aandacht. Wie raad weet mag zich melden.

En speelotheken werken ook niet altijd mee...
In de afgelopen vijf jaar heb ik mijn uiterste best gedaan om speelotheekmedewerkers van de mogelijkheden van speelotheken te doordringen. Met volgens mij enig resultaat. Ik zie speelotheken meer aandacht geven aan het feit dat de kern van de doelstelling van een speelotheek is het geven van informatie betreffende spelen met speelgoed als belangrijk hulpmiddel. Dat is iets anders dan lenen omdat dit goedkoper is dan kopen. Veel leners hebben in enquêtes aangegeven te lenen omdat ze willen weten waar hun kinderen aan toe zijn, wat ze interesseert en waar ze rekening mee kunnen houden bij hun speelgoedkeuze. Dit zijn pedagogische argumenten, geen commerciële. Geen enkele speelotheek geeft commerciële informatie. Merken zijn minder belangrijk dan kenmerken. Zelfs wanneer speelotheekmedewerkers niets zeggen, krijgen leners in een speelotheek informatie door wat ze zien (en kunnen openen). Informatie die ze thuis kunnen toetsen aan wat een kind daarmee doet. Door dit te zien stimuleert een speelotheek betrokkenheid van ouders bij kinderen, wat helpt bij samen spelen en speelgoedkeuze. Speelotheekmedewerkers geven preventief opvoedingadvies omdat voortdurend informatie wordt gevraagd en gegeven over wat een kind kan en wil spelen. Ze verwijzen waar nodig door of bieden aangepaste materialen voor kinderen met een beperking of bijzondere interesse. Steeds vaker werken speelotheken samen met bibliotheken, buurtwerk, VVE programma’s, brede scholen, kinderopvang en andere welzijnsorganisaties. Soms alleen door het afstemmen van openingsuren waardoor ouders eenvoudig na school, bibliotheekbezoek of tijdens muziekles van de oudste, kan binnenlopen, steeds vaker door elkaar te helpen bijvoorbeeld met het uitwerken van thema’s waar speelgoed bij passen kan, bereiken van nieuwe doelgroepen als nieuwe inwoners, ouderen, schoolkinderen, lage inkomensgroepen. En speelotheken kunnen centraal depot zijn voor brede scholen, kinderopvangorganisaties en wachtkamerhouders die niet allemaal zelf ieder jaar nieuwe puzzels willen aanschaffen of een eigen ballenbak willen hebben.
Het kan dus wel...
Maar helaas, niet alle speelotheken hebben zin in een koerswijziging. Vooral de kleine speelotheken ontstaan uit initiatieven genomen door moeders voor in de eerste plaats hun eigen kinderen, doen moeilijk.
Waarom veranderen wat al twintig jaar of langer draait tot volle tevredenheid van het kleine aantal leners! De gemeente geeft zo weinig, vrijwilligers zijn moeilijk te vinden, het moet niet te ingewikkeld worden en vooral niet te veel moeite vragen. Van de Vereniging Speelotheken Nederland horen ze ook niets, behalve stapels papier met zoveel letters waar ze geen tijd voor hebben en aanbiedingen waar ze geen gebruik van maken, maar waar ze het enorme bedrag van wel 44 euro per jaar voor betalen. Wat de WMO voor ze kan betekenen is bij voorbaat te ingewikkeld. Aan samenwerking hebben ze geen behoefte want niemand begrijpt waarom ze doen wat ze doen terwijl het toch zo'n dankbaar werk is en waarom delen wat je verworven hebt...en zo weinig lijkt.
Ik heb mijn hart verpand aan speelotheken en zal ze ook nadat mijn termijn als voorzitter is verstreken blijven verdedigen en proberen op te stoken. ….Al twijfel ik af en toe of speelotheken zelf willen zien hoe fantastisch ze kunnen zijn voor alles wat Rouvoet, Vogelaar, Dijksma en Bos willen bereiken…zonder speelotheken.