ouderavonden
De ouderavonden beginnen.
Leuk.
Het zijn, geef ik toe, een soort optredens. De bal ligt bij mij. Daar mag om gelachen worden. Een beetje cabaret verzacht de prikken die ik uitdeel. Een saai verhaal past niet op zo'n avond waarvoor ouders bereid zijn hun televisie uit te laten en fitness af te zeggen. Ze willen graag weten waar ze op kunnen letten bij de aanschaf van speelgoed en zijn er tegelijkertijd van overtuigd dat ze het al zo goed mogelijk doen en ook dat willen ze horen.
Die spagaat tussen behoefte aan informatie en bevestiging van eigen opvoeding is alleen te maken met begrip en waardering. Nu ouders zo worden overspoeld door mogelijkheden, waarschuwingen, voorbeelden van hoe en waar het mis kan gaan maar ook hoe belangrijk het is om vanaf de eerste dag na de geboorte voor een goede aanpak te zorgen, is naast feitelijke informatie relatievering nodig. Feitelijke informatie over veiligheidaanduidingen bijvoorbeeld, naast aandacht voor het belang van uitdaging met bijbehorende risico's om te voorkomen dat een kinderleven wordt dichtgetimmerd met angst. Om recht te doen aan zowel bezorgdheid als overtuiging, dik ik herkenbare voorbeelden wat aan, zodat ouders kunnen denken; 'Ik weet waar dat op slaat maar zo gek ben ik nog net niet'. De kop van de spijker is daarmee wel geraakt. Ik hoop dan maar dat het voorbeeld in een bredere zin blijft hangen. Al zijn ze het gloeiend met me oneens, een hakende mening is altijd beter om over na te denken dan onbewust zijn van eigen handelen.
Geen boodschappenlijstjes
Ik ga bij voorbaat uit van hun betrokkenheid.
Ouders die naar de ouderavonden komen zijn per definitie liefdevolle ouders. Ze willen het goed doen en zijn zich bewust van voetangels en klemmen verbonden aan het ouderschap. Ze verwachten feiten en antwoorden. Ik doe mijn best in de overtuiging dat ik ze veel kan vertellen maar waarschijnlijk net niet datgene wat ze het liefste willen weten. Want het liefst willen veel ouders wat ik altijd 'boodschappenlijstjes' noem. Weten wat ze moeten kopen, moeten doen, moeten laten om hun kind zich te doen ontplooien. En juist dat weet ik niet. Want ik ken hun kind niet. Een kind is pas bijzonder zodra het niets bijzonder is. Geen twee kinderen zijn gelijk. Ieder kind heeft het recht om anders te zijn dan een ander kind, van andere dingen te houden, dingen op andere manieren te doen en eigen conclusies te trekken. Mijn hulp bestaat uit een soort stadsplattegrond waarop straten staan maar geen route. De route maak je zelf. Ik weet niet waar je heen wilt. Maar als je goed kijkt naar mijn platttegrond zie je waar je uit komt als je daar links af gaat.
Ik kan en wil ze vertellen hoe ze kunnen zien waar hun kinderen van houden, aan toe zijn met als belangrijkste boodschap dat ze zelf moeten kijken...niet naar met wat maar hoe hun kinderen spelen.
Ik zet ze naar ik hoop aan het denken hoe ze het spelen van hun kinderen kunnen beïnvloeden door de tijd en de ruimte die ze letterlijk en figuurlijk aan spelen willen geven, maar de grenzen trekken ze zelf. Ik hoop dat ze het met mijn speldenprikken in het achterhoofd weloverwogen doen, maar besef dat grenzen niet universeel zijn.
Ik wijs ze waar ze op kunnen letten wanneer ze speelgoed uitzoeken, geven en laten gebruiken, met de nadruk op algemene kenmerken met aandacht voor individuele invulling. Mijn pogingen om houvast te geven voor een individuele benadering dreigen keer op keer te veranderen in stempels. Mijn verwijzing naar de invloed van aard bijvoorbeeld; de rauwers, douwers, bouwers en schouwers, zijn niet bedoeld om kinderen in een hokje te stoppen maar om aandacht te vragen voor individuele verschillen. Niet alle driejarigen willen hetzelfde, spelen op dezelfde manier en hebben hetzelfde nodig.
Ik vertel niet wat mensen moeten geven, wel wat een keuze kan betekenen. Blank houten speelgoed geeft een andere boodschap dan speelgoed werkend op batterijen, buiten spelen geeft andere mogelijkheden dan binnen, samen is anders dan alleen, de intentie tot spelend leren leidt tot een ander aanbod dan spelen om de tijd te verdrijven, een Barbie verbeeldt een andere maatschappijvisie dan een gewone pop. Dit zijn geen boodschappen met merken maar met kenmerken. De een is niet beter dan de andere, wel anders. Ouders mogen, nee moeten, zelf kiezen. Speelgoed is het visitekaartje van de opvoeding. Ik heb nog een paar avonden vrij.....
Leuk.
Het zijn, geef ik toe, een soort optredens. De bal ligt bij mij. Daar mag om gelachen worden. Een beetje cabaret verzacht de prikken die ik uitdeel. Een saai verhaal past niet op zo'n avond waarvoor ouders bereid zijn hun televisie uit te laten en fitness af te zeggen. Ze willen graag weten waar ze op kunnen letten bij de aanschaf van speelgoed en zijn er tegelijkertijd van overtuigd dat ze het al zo goed mogelijk doen en ook dat willen ze horen.
Die spagaat tussen behoefte aan informatie en bevestiging van eigen opvoeding is alleen te maken met begrip en waardering. Nu ouders zo worden overspoeld door mogelijkheden, waarschuwingen, voorbeelden van hoe en waar het mis kan gaan maar ook hoe belangrijk het is om vanaf de eerste dag na de geboorte voor een goede aanpak te zorgen, is naast feitelijke informatie relatievering nodig. Feitelijke informatie over veiligheidaanduidingen bijvoorbeeld, naast aandacht voor het belang van uitdaging met bijbehorende risico's om te voorkomen dat een kinderleven wordt dichtgetimmerd met angst. Om recht te doen aan zowel bezorgdheid als overtuiging, dik ik herkenbare voorbeelden wat aan, zodat ouders kunnen denken; 'Ik weet waar dat op slaat maar zo gek ben ik nog net niet'. De kop van de spijker is daarmee wel geraakt. Ik hoop dan maar dat het voorbeeld in een bredere zin blijft hangen. Al zijn ze het gloeiend met me oneens, een hakende mening is altijd beter om over na te denken dan onbewust zijn van eigen handelen.
Geen boodschappenlijstjes
Ik ga bij voorbaat uit van hun betrokkenheid.
Ouders die naar de ouderavonden komen zijn per definitie liefdevolle ouders. Ze willen het goed doen en zijn zich bewust van voetangels en klemmen verbonden aan het ouderschap. Ze verwachten feiten en antwoorden. Ik doe mijn best in de overtuiging dat ik ze veel kan vertellen maar waarschijnlijk net niet datgene wat ze het liefste willen weten. Want het liefst willen veel ouders wat ik altijd 'boodschappenlijstjes' noem. Weten wat ze moeten kopen, moeten doen, moeten laten om hun kind zich te doen ontplooien. En juist dat weet ik niet. Want ik ken hun kind niet. Een kind is pas bijzonder zodra het niets bijzonder is. Geen twee kinderen zijn gelijk. Ieder kind heeft het recht om anders te zijn dan een ander kind, van andere dingen te houden, dingen op andere manieren te doen en eigen conclusies te trekken. Mijn hulp bestaat uit een soort stadsplattegrond waarop straten staan maar geen route. De route maak je zelf. Ik weet niet waar je heen wilt. Maar als je goed kijkt naar mijn platttegrond zie je waar je uit komt als je daar links af gaat.
Ik kan en wil ze vertellen hoe ze kunnen zien waar hun kinderen van houden, aan toe zijn met als belangrijkste boodschap dat ze zelf moeten kijken...niet naar met wat maar hoe hun kinderen spelen.
Ik zet ze naar ik hoop aan het denken hoe ze het spelen van hun kinderen kunnen beïnvloeden door de tijd en de ruimte die ze letterlijk en figuurlijk aan spelen willen geven, maar de grenzen trekken ze zelf. Ik hoop dat ze het met mijn speldenprikken in het achterhoofd weloverwogen doen, maar besef dat grenzen niet universeel zijn.
Ik wijs ze waar ze op kunnen letten wanneer ze speelgoed uitzoeken, geven en laten gebruiken, met de nadruk op algemene kenmerken met aandacht voor individuele invulling. Mijn pogingen om houvast te geven voor een individuele benadering dreigen keer op keer te veranderen in stempels. Mijn verwijzing naar de invloed van aard bijvoorbeeld; de rauwers, douwers, bouwers en schouwers, zijn niet bedoeld om kinderen in een hokje te stoppen maar om aandacht te vragen voor individuele verschillen. Niet alle driejarigen willen hetzelfde, spelen op dezelfde manier en hebben hetzelfde nodig.
Ik vertel niet wat mensen moeten geven, wel wat een keuze kan betekenen. Blank houten speelgoed geeft een andere boodschap dan speelgoed werkend op batterijen, buiten spelen geeft andere mogelijkheden dan binnen, samen is anders dan alleen, de intentie tot spelend leren leidt tot een ander aanbod dan spelen om de tijd te verdrijven, een Barbie verbeeldt een andere maatschappijvisie dan een gewone pop. Dit zijn geen boodschappen met merken maar met kenmerken. De een is niet beter dan de andere, wel anders. Ouders mogen, nee moeten, zelf kiezen. Speelgoed is het visitekaartje van de opvoeding. Ik heb nog een paar avonden vrij.....


0 reacties:
Een reactie plaatsen
<< Startpagina