woensdag 17 maart 2010

This blog has moved


This blog is now located at http://speelgoedadvies.blogspot.com/.
You will be automatically redirected in 30 seconds, or you may click here.

For feed subscribers, please update your feed subscriptions to
http://speelgoedadvies.blogspot.com/feeds/posts/default.

nieuwsgierigheid en argwaan

Ik pleit vaak voor ruimte om te spelen. Kinderen hebben vooral figuurlijke ruimte om te spelen nodig. Dit betekent de ruimte om zelf ideeën te mogen hebben en uit te proberen, zelf oplossingen te mogen zoeken die mogen afwijken van wat wij al lang als de beste, snelste of mooiste hebben beoordeeld. In deze figuurlijke ruimte kunnen kinderen fouten maken, vallen, geen oplossing vinden ook niet na lang zoeken, verliezen en teleurgesteld worden. Ze kunnen pijn krijgen, zichzelf tegenkomen op een manier waar ze niet trots op kunnen zijn. Voor de figuurlijke vrijheid hebben kinderen ons vertrouwen nodig. We moeten geloven dat ze in staat zijn om die oplossing zelf te vinden, dat idee zelf uit te werken en die poging te wagen. Daarvoor accepteren we het risico van fouten, falen en vallen. Vertrouwen hebben in kinderen betekent ook kinderen durven uitdagen tot nieuwsgierig zijn waarmee ze zelf kunnen ervaren, ontdekken en uitproberen. Met alle risico's van dien.
Voor iemand zoals ik, die dag in dag uit pleit voor deze figuurlijke ruimte voor kinderen, voor nieuwsgierigheid en durf waarmee nieuwe situaties kunnen worden verkend, is dit een moeilijke dag. Wanneer een kind uit de veilige omgeving van het eigen huis wordt gehaald door een volwassene die ze denkt te kennen en te kunnen vertrouwen (bekende buurman, politieagent) en daarna het allerergste overkomt wat een kind kan overkomen, wordt daarmee ieder pleidooi voor toe te laten risico, vertrouwen, zelfstandigheid, ondernemingslust ondergraven. Deze man heeft iets vreselijks gedaan. In de eerste plaats met Milly maar erger nog met alle kinderen en hun ouders in Nederland. Hij heeft de figuurlijke ruimte waar kinderen recht op hebben, die ze nodig hebben, beschadigd.
Ouders zijn geneigd om iedere vreselijke gebeurtenis in hun eigen situatie te vertalen. In de afgelopen weken had ik te maken met angst voor Polen na een overval op een gezin door twee vermoedelijke buitelanders, angst voor Marokkaanse kinderen na een flinke scheldpartij op de peuterspeelzaal (!) en angst voor verkrachting na een sexueel getint spelletjes van een vijf jarige. En nu, zo veel erger, dit....
Als reactie zouden we onze kinderen het liefste in een kooitje willen doen. Vastbinden op een stoel. Geen moment alleen laten. Ik voel mee met de ouders op meer dan een manier. Ook ik verloor een zoon, niet door misdaad wel door misrekening van een arts die alle voor hem geldende protocols negeerde.
En toch, of misschien wel juist daarom, blijf ik pleiten voor vrijheid voor kinderen.
Maak ze weerbaar. Leer hoe ze met vuur kunnen omgaan, zwemmen, wat ze kunnen doen bij gevaar, hoe ze naar hun argwaan kunnen luisteren en waarmee zij zichzelf kunnen verdedigen.
Daarmee is niet ieder risico uit te sluiten, maar hoe triest ook...dat mogen we niet willen...kinderen hebben recht op fouten, falen en vallen. Het recht op een aardige buurman staat daar niet bij....helaas.

Labels: , ,

woensdag 24 februari 2010

nieuw boek, nieuwe folders, nieuwe certificaten, nieuwe website

Ik wacht vol spanning op wat aangekondigd is. Niet alles wil ik al verklappen maar dit wel. Mijn adviesbureau beschikt nu over drie professionele folders.
- Een met informatie over ouderavonden, inclusief mogelijke gespreksonderwerpen.
- Een vol nieuwe thema's voor workshops en inleidingen.
- En de dikste vol lesmodules die zijn te combineren tot cursusmogelijkheden. Plus de vijf uitgeschreven cursussen die ook op de BKK opleidingenlijst vermeld staan.

Deze laatste vermelding is belangrijk. Ze komen daarmee voor subsidie aangevraagd bij Bureau Kwaliteitzorg Kinderopvang, in aanmerking. Het mag van dit bureau geen erkenning heten. Het zij zo. Men heeft de inhoud van deze cursussen nauwkeurig bekeken en gewogen of ze in deze vorm voor een vermelding op deze lijst, van dit bureau, acceptabel waren. Dat zijn ze. de cursussen kunnen daarmee bijdragen aan pedagogische kwaliteit van kinderopvang. Dat wisten we al, maar we zien het graag bevestigd. Laat maar veel kinderopvangorganisaties van deze mogelijkheid gebruik maken. Wij vinden dit belangrijk en hebben veel moeten regelen om dit te kunnen doen.
Hiermee wordt namelijk afgeweken van de tot nu toe gevolgde gewoonte om alles op maat te maken, zoals de opdrachtgever wenst. Maar ook deze 'confectie' is uiteraard naar behoefte aan te passen. De pedagogisch werkers uit de kinderopvang krijgen na vier bijeenkomsten van een cursus een certificaat uitgereikt, maar belangrijker vind ik de visie die ze in vier delen ontwikkelen. Op de certificaten staan de vaardigheden en kennisaspecten vermeld welke in de cursus aan de orde zijn gekomen. Wie geen volledige cursus wenst, maar bijvoorbeeld een workshop of een themabijeenkomst kan overigens een bewijs van deelname ontvangen.
Via de website zijn de folders aan te vragen.

De nieuwste cursus gaat over het belang van interactie bij spelen. Ze benadrukt het belang van houding 'kunnen lezen', gaat in op communicatie door lichaamstal van kinderen, volwassenen, kinderen onderling en hoe de houding van volwassenen van invloed kan zijn op spelen. Kinderen spelen niet vanzelf goed. Onze houding kan inspireren en afwijzen, stimuleren en afremmen. Uiteraard zijn van deze cursus ook lesmodules eenmalig te geven of is dit onderwerp te verwerken in ouderavond presentaties. Meer informatie staat in de cursusfolder, aan te vragen via www.speelgoedadvies.nl

Eind maart komt mijn nieuwe boek uit. De titel; Wat mag! Wat kan! Dilemma's bij spelen. Uitgever is Elsevier Kinderopvang. Het boek verschijnt in de serie praktische handboeken waarin ook het Doeboek met 80 speelse ideeën voor kinderen van 0 tot 4 jaar verschijnt. Wat Kan! Wat mag! geeft de uitwerking van tien dilemmadiscussies waarbij na een situatieschets gekeken wordt naar het belang voor kinderen om bijvoorbeeld te slopen, met dieren te spelen, te kliederen of te stoeien, de bezwaren, de padagogische waarde en de uiteindelijke hamvraag; Mag het! Kan het? Mag staat voorop. Want niet alles wat kan, mag. Op de tafel dansen bijvoorbeeld, kan wel maar mag niet. Wij bepalen wat mag en daarmee bepalen wij de speelruimte en de speelse mogelijkheden voor kinderen. Met dit boekje probeer ik deze speelruimte op te rekken. Het is geschreven voor ouders en pedagogisch medewerkers. Ik heb de proefdrukken gezien en mede dankzij de vormgeving is het zonder twijfel het mooiste boek geworden dat ik ooit heb mogen schrijven. Niet door mijn tekst, wel door de vormgeving.
Voorinschrijven kan via www.speelgoedadvies.nl
De onderliggende brochure met discussiemodel en 48 dilemma's is te bestellen voor € 3,-- exclusief verzendkosten.

En last but not least is mijn webmaster Jos Teunissen heel druk met de laatste handelingen voor een nieuwe website. Een enorme klus. Met enige weemoed neem ik afscheid van de illustraties gemaakt door Ot van den Anker. Foto's van spelende kinderen, binnen en buiten, blijven welkom. U kunt ze sturen naar info@speelgoedadvies.nl met uw toestemming om ze op de website te gebruiken.

Het laatste nieuwtje is nieuws. Ik kan niet alles vertellen maar een klein tipje van de sluier is opgelicht met...hou bol.com in de gaten.

Labels: , ,

donderdag 28 januari 2010

spelen voor ontwikkeling.

Gisteren hoorde ik een mooi voorbeeld. Een basisschool constateerde dat te weinig vijfde groepers goed hun veters konden strikken. Ze besloten tijd vrij te maken voor striklessen, af te sluiten met een strikexamen waarmee een diploma te behalen viel compleet met feestelijke uitreiking. Maar het beleid voor de onderbouw om kinderen vooral schoenen te laten dragen met klitterbandsluiting bleef, omdat het te lastig was en te veel tijd kostte om voor het buitenspelen met veters te moeten stoeien. Alsof een kind van zeven jaar op een goede dag wakker wordt en denkt 'Ik ben zeven, ik kan dus strikken". Mijn zoon dacht dit ook. Toen hij vier jaar werd vroeg hij om vijf jaar te mogen worden op die dag "want dan kon hij fietsen". Ach hoe naïef was hij. Vreselijk te moeten bedenken hoe veel volwassenen nog steeds zo lijken te denken.

De reacties op achterstanden zijn vaak gericht op noodverbanden en zelden gericht op oorzaken. Te zware kinderen moeten meer gaan bewegen....in plaats van kinderen moeten bewegen vanaf hun babytijd...in plaats van eindeloos in Maxi Cosi's te moeten hangen. Kleuters lopend of op de fiets naar school. Buiten spelen.
Voor achterblijvende rekenprestaties besluit men tot meer, vaker en eerder rekenen zonder aan de voorwaarden om te kunnen leren rekenen aandacht te geven. Kinderen die tot honderd kunnen tellen weten niet hoeveel honderd is als ze nooit honderd knikkers hebben gehad. Ze kunnen geen verhaalsommen vol delingen begrijpen als ze geen zandtaart hebben mogen verdelen of spelkaarten hebben verzameld. Eerder leren tellen, helpt niet als je niet met hoeveelheden mag spelen.

De waarde van spelen wordt onderschat omdat vrij spelen geen meetbare scores oplevert. Puzzelen vinden sommige mensen zinniger dan spelen met een pop, omdat een gelegde puzzel een zichtbaar resultaat geeft. Spelen met een pop is even zinnig maar wat een kind spelend ontwikkelt is minder zichtbaar. Pratend oefent het zijn actieve taalbeheersing, logisch denken, voorstellingsvermogen, inlevingsvermogen. Allemaal inzichten en vaardigheden die het nodig heeft om op school te kunnen leren. Aan die voorwaarden wordt geknabbeld door het ministerie die alle peuterzalen methodisch ontwikkelingsgericht wil laten werken, door scholen met weinig aandacht voor kleuterkenmerken, kinderopvangorganisaties gericht op schoon, lief, netjes en rustig en ouders die de voorkeur geven aan computer, muziekschool en museumbezoek omdat dit veiligers, overzichtelijker en leerzamer is dan buiten spelen.

De gevolgen zijn zichtbaar. Maar de manier waarop we de groeiende achterstanden aanpakken heeft vaak maar weinig met de aantoonbare oorzaken te maken. Kinderen laten spelen lijkt op niets doen. Dat is niet waar. Meer aandacht voor de voorwaardenscheppende zorg, bijvoorbeeld door te zorgen voor een boeiende speelomgeving, uitdagende middelen om mee te spelen, tijd en ruimte voor falen en vallen. Dat alles is alleen mogelijk wanneer spelen gewaardeerd wordt voor wat ze voor ontwikkeling kan betekenen...

In de bijdragen aan dit blog kwamen de zorgen over een dalend speelpeil regelmatig voor. Het speelpeil daalt. Onder speelpeil versta ik de combinatie van concentratie, hoe vaak - lang en de inventiviteit waarmee gespeeld wordt. Kinderen spelen met minder concentratie waardoor ze minder ervaren, dat wil zeggen minder bewust zien, horen, voelen, ruiken en proeven. Ze spelen korter en minder vaak eenzelfde spel waardoor ze ook minder variëren en daardoor minder mogelijkheden ontdekken en verkennen en ze gebruiken minder inventiviteit of wel eigen mogelijkheden. Bij alle discussies over toenemende achterstanden vind ik spelen te weinig genoemd. Of het nu gaat over een slechte motoriek, minder goed rekenen of minder zelfstandigheid, steeds opnieuw zijn oorzaken te vinden in de manier waarop wij kinderen laten spelen en uitdagen tot spelen. Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Ik zie een kentering. Kinderopvangorganisaties gaan, onder druk van internationale onderzoeken waar Nederland niet best uit komt, nadenken over pedagogisch handelen, onderwijsmensen vinden elkaar in de vereniging voor (de belangen van ) het Jonge Kind en misschien krijg ik zelfs binnenkort een groter bereik dan via dit weblog en deze site....

Labels: , ,

maandag 28 december 2009

opvoeden is loslaten

In de krant staat vandaag het levensverhaal van Umar Farouk Abdulmuttallab, de terrorist die een mislukte aanslag pleegde in een vliegtuig. Een keurig opgevoede intelligente jongeman. Zijn geschiedenis doet mij denken aan Karst T., aan mijn eigen opvoeding en aan de opvoeding van mijn kinderen. De gemeenschapgelijke noemer is kind zijn van goedwillende ouders. Alle ouders moeten accepteren dat kinderen keuzes maken waar ze niet achter kunnen staan. Dat is moeilijk, misschien onmogelijk. Ongetwijfeld zullen zij en wij zich afvragen waarom en hoe hun kinderen tot juist deze keus gekomen zijn. Is het een reactie op wat zij gezaaid hebben? Ik weet dat veel van mijn eigen weg is voortgekomen uit afzetten tegen...het bewust anders willen doen...tot zelfs willen laten voelen dat ze mij niet langer de baas waren. Zoveel jaren later zie ik de waarde van de adviezen van mijn ouders beter dan toen. Ze hadden vaker gelijk dan ik toen wilde geloven. Niet alle genomen afslagen waren de goede. Wat niet betekent dat ik mijn ouders kan verwijten dat ik deze afslagen toch genomen heb. Logisch, maar moeilijk voor ouders om te accepteren. Ik weet het. Ik ben nu moeder met veel waarom vragen. Deze hebben alles met spelen te maken. Waarom zouden we kinderen iets zelf willen laten uitzoeken als wij de oplossing weten? Waarom zouden we ze de ruimte geven voor eigen ideeën als we weten wat de handigste, beste en intelligentste oplossingen zijn? Waarom zouden we ze ruimte willen geven voor uitproberen en avonturieren met alle risico's op mislukken en verkeerde beslissinggen? Waarom kiezen kinderen soms voor precies het tegenovergestelde wat we ze als waarde mee probeerden te geven. We willen het liefst het zekere voor het onzekere nemen om onze kinderen te laten opgroeien tot verstandige, aardige mensen. Precies zoals wij verstandig vinden, wat wij aardig vinden. En dat gaat niet. Opvoeden is loslaten. Letterlijk. We kunnen waarschuwen "pas op, dat hondje bijt", "goed vasthouden" en "niet verliefd worden in een ver buitenland", maar zullen moeten accepteren dat onze kinderen het op hun eigen manier doen. Ook al hebben we gelijk. Ze vallen. Ze maken iets minder mooi dan wanneer ze ons voorbeeld hadden gevolgd. Ze kiezen een ander beroep en andere vrienden dan we wensten. Soms gaat het goed. Soms niet. We zien machteloos toe, of sterker...het is niet verstandig onze macht te gebruiken.
Opvoeden is loslaten. Letterlijk vanaf de eerste stapjes. Figuurlijk door ze te laten spelen met hun mogelijkheden. Spelen bestaat uit ervaren, ontdekken, uitproberen, herhalen om vaardigheden en inzichten te verwerven waarmee nieuwe ervaringen binnen bereik komen. Dat is ontwikkeling. Iedere ervaring is persoonlijk. Iedere ontwikkeling is individueel. Het enige wat we kunnen doen is proberen om de mogelijkheden een kans te geven door een positieve benadering. We dagen ze uit tot waardevolle ervaringen, hopen op inspirerende ontdekkingen en verkleinen de risico's bij uitproberen door het rekken van grenzen en bieden van voorwaarden. We doen ons uiterste best een goede voedingsbodem te bieden met verzorging en groeimogelijkheden. Dat is veel maar geeft geen zekerheid. Onze inspanningen wekken verwachtingen. Helaas. Wanneer we een kind willen zien als individu zullen ouders moeten accepteren dat hun acties onverwachte en ongewaardeerde reacties kunnen geven, waar hun kind zelf verantwoordelijk voor is. In hoeverre de ouderlijke actie daar voor bepalend is, blijft een vraag voor ouders met zorg. Opvoeden is vaak veel leuker dan loslaten.

Labels: , , ,

vrijdag 6 november 2009

een douwer

De tijd van interviews. Tot nu toe Groter groeien, de Morgen, Rekels, Trouw, Volkskrant, Wereldomroep. Radio 1 ging niet door omdat ik druk was op de Kindvak.
Steeds opnieuw vragen ze naar de indeling Rauwer, douwer, bouwer en schouwer. En leg ik dus weer uit dat het geen vaststaande types of stempeltjes zijn, maar aanduidingen waarmee ik wil duidelijk maken hoe kinderen van elkaar kunnen verschillen. Niet met wat ze spelen is belangrijk, maar hoe ze spelen, hoe ze zijn. De invloed van aard, waar de typeringen naar verwijzen, kenmerkt spelen van jongens en meisjes. De verschillen hebben niets met intelligentie of omstandigheden te maken. Soms geef ik voorbeelden, uit mijn praktijk.
Niet alleen daarom geef ik in deze weblog een beschrijving van een douwer die mij lief is.
Een jongen. Slim. In Rotterdam zeggen we 'Zo link als een looien deur' of 'linkgiechel'. Hij wist altijd een eigen weg te vinden. Vaak een weg die wij niet gezien hadden. We hadden ons er bij neer te leggen want hij koos zelf en wist waarvoor hij koos. Opgeven deed hij niet. Star doorgaan ook niet. Hij zocht wat kon, vond zijn mogelijkheden. Hij liet zich niet gek maken en helemaal niet onder druk zetten. Origineel, creatief denker, binnen kaders bereid alle vrijheid te benutten door de grenzen op te rekken. Kreeg hij niet wat hij wilde hebben...dan ging hij bij een vriendje spelen die het wel had. Lukt het niet rechtsom, dan probeerde hij het linksom. Natuurlijk liet hij niet na om zijn wensen kenbaar te maken. Liefst op onverwachte momenten. In een restaurant bijvoorbeeld. 'Wat wil jij hebben...met de menukaart in de hand ;'Een x box'.
En 5,6 was ruim voldoende voor hem. Wanneer je de grote lijnen snapte, kwamen de details vanzelf. Zijn oplossingen klopten, hoe hij ze ook gevonden had. Eigenlijk had hij altijd gelijk. Zo kon het ook. Wat hij miste aan snelheid maakte hij goed met handigheid. Memory op de glazen tafel spelen of andere 'binnendoorweggetjes' waarmee hij wist te winnen. De lachers waren op zijn hand. Hij zette je constant op het verkeerde been. Iedereen moe of chagrijnig...hij zette met enthousiasme in op wat vast een vrolijke boel zou worden. Boos op hem worden was bijna onmogelijk. Nadat hij snoepjes had gepikt in de snoepwinkel schreef hij spontaan uit zichzelf strafregels 'Ik ben een dief geweest. Zal het nooit meer doen' met een tekening van zichzelf in streepjespak. Wanneer hij werd aangesproken op iets zei hij 'Het spijt me maar ik hou heel veel van je'. En daarmee werden verdere verwijten, gezeur. Argumenten wist hij snel door te prikken. Hij gaf zijn mening kort, helder, ging nauwelijks op tegenargumenten in. Zijn commentaar bestond vaak uit niet meer dan een grimlach of keelgeluid waar je wel om moest lachen. Vriendschappen gingen diep. Vriend werd je niet zo maar. Wie vriend was, werd gekoesterd. Hij was trouw, verknocht aan alles en iedereen waarvoor hij gekozen had...van pluche aap tot de liefde van zijn leven. Veel van zijn oplossingen kwamen tot stand met plakband, tape, nietpistolen en andere noodverbanden. Daarmee maakte hij zijn eigen verkleedkleren en reparaties. Onderkoelt, flegmatiek, dol op zelfgevonden oplossingen. Zijn scherpte zat verpakt in humor met overzicht. Weinig ontging hem. Integer was hij, je kon op hem rekenen als je hem nodig had. Maar je kon nooit voorspellen of en hoe hij je in de maling nam. Je op je verkeerde been zetten was een voortdurende uitdaging. Wars van grootspraak, toeters en bellen. Nooit voor de bühne, altijd voor verbondenheid. Zodra hij wist wat hij wilde, had uitstellen geen zin. Dozen werden open gescheurd, uitgaven gedaan zodra het geld binnen was (of aangekondigd werd), kansen gepakt zodra ze binnen bereik kwamen. Het onmogelijke bestond niet, moest alleen gevonden worden..... De doordouwer. Om te doen wat hij wilde doen ging hij tot zijn uiterste...en verder.
We denken aan hem. Wanneer ik een douwer beschrijf, beschrijf ik hem. Die Tijs toch nog een voorbeeld, passend bij het pleidooi om eigen wijs te mogen zijn. Op zijn hyves schreef hij dat zijn grootste idolen zijn ouders zijn 'Omdat ze in mij blijven geloven, tegen beter weten in'. We horen de bijbehorende ironische intonatie, maar hij had gelijk.
Meer info november 2007 op deze weblog.

dinsdag 6 oktober 2009

betrokkenheid van ouders

Dit weblog is een beetje verwaarloosd. Het is najaar, dus druk. Ineens buitelen de nieuwe visies in oude kruiken weer over elkaar heen. De belangrijkste daarin is denk ik, de hernieuwde aandacht voor interactie. Kinderen van belangstellende ouders spelen beter. Betrokken ouders spelen niet altijd met hun kinderen maar hebben wel belangstelling voor wat hun kinderen interesseert en hoe hun kinderen met deze interesse omgaan. Ouders kunnen belangstelling bij kinderen wekken en voeden, bijvoorbeeld door kinderen met nieuwe zaken te laten kennismaken of speelgoed te geven. Maar ouders kunnen kinderen beter vrij laten in hoe zij met deze nieuwe ervaringen om gaan. Wanneer kinderen geacht worden voorbeelden na te maken of spelregels te volgen, voelen zij zich minder gewaardeerd voor wat ze zelf kunnen verzinnen. Sommige kinderen kunnen onzeker zijn en maar wat blij met al die aangereikte mogelijkheden. Ook bij deze kinderen helpt waardering voor zowel het volgen van de voorbeelden met de aanmoediging het voorbeeld op een eigen manier te gebruiken of de spelregels slim toe te passen. Door kinderen de kans te geven iets uit te proberen, geven ze ruimte aan creativiteit. Kinderen durven iets uit te proberen en hun eigen oplossingen te laten zien wanneer ze voelen dat ouders waarderen wat ze proberen te doen. Steeds opnieuw afgerekend worden met 'dat is lekker gekliederd'of 'het voorbeeld is mooier' geeft geen waardering en is geen uitdaging om op zoek te gaan naar eigen kunnen. Praten over waarom een kind iets zo gemaakt heeft, of hoe hij iets zou kunnen oplossen, helpt wel. Als zijn antwoord tenminste niet van tafel wordt geveegd...nee joh zo kan het niet... Wat aansluit bij een ander onderzoek waaruit blijkt dat alle kinderen in wezen creatief zijn. Omdat ze niet alles weten en kunnen, moeten ze hun eigen oplossingen zoeken, En omdat ze meer begrijpen door doen dan door denken, hebben ze spelen met smurrie, knutselen en prutsen hard nodig om creatief te kunnen leren denken. Ouders die nu roepen dat hun kind helaas niet creatief is, hebben per definitie ongelijk. Denk dat je kind niet creatief, slim, handig of beweeglijk is en hij zal het niet worden. Geef hem de kans om het te zijn. Talenten moeten je gegund worden voor zij zich kunnen ontwikkelen. De kans krijgen houdt aanmoediging en waardering in voor eigen keuze. Het betekent niet dat alle kinderen vanaf nu op teken en vioolles moeten. Heel simplistisch vergelijk ik kinderen wel eens met een bloemenzaad je. Het ene zaadje verschilt nauwelijks van het andere. Maar de een kan uitgroeien tot een roos, de ander tot een paardenbloem. Daar verander je niets aan. Waar je als ouders wel invloed op hebt is hoe die roos en die paardenbloem zich kunnen ontwikkelen tot sterke, mooie bloemen. Een goede setting, goede voeding en veel liefde helpen om ze tot ontplooiing te laten komen, de groei te bevorderen. Zonder dat de bloem vreemde kleuren hoeft te krijgen of in vreemde vormen wordt geduwd. De aanleg wordt gewaardeerd en gekoesterd. Ik pleit daarmee niet voor grenzenloze vrijheid. Een kind dient niet alles te krijgen wat het wenst, en niet alles te mogen wat het wil.
Wat me brengt bij een volgend onderzoek. Men vergeleek ruziemaken tussen apen en kinderen. Zowel apen als kinderen pakken regelmatig iets af van elkaar. De een verdedigt zijn bezit, de ander verovert iets als het lukt. Ruzie maken bleek bij alle ruziemakers negatieve energie op te wekken. Maar opvallend genoeg bleek de negatieve energie bij mensenkinderen vaak veel langer het gedrag te beïnvloeden dan bij apen. Kinderen waarvan iets werd afgepakt bleven langer boos en verongelijkt. Kinderen die iets afpakten voelden zich langer de baas. Deze emoties zorgden voor gevolgen voor volgende aanvaringen. Van 'heb je hem alweer. Dij doet het altijd. Hij is niet aardig. Hij speelt de baas",tot 'Het lukt me vast weer als ik het zo doe. Ik kan jou aan. Je moet doen wat ik zeg anders ben je vervelend.' Bij apen bleken dezelfde ervaringen veel minder invloeden op gedrag te hebben. De onderzoekers stelden vast dat dit komt doordat apen leren het na iedere confrontatie weer goed te maken met elkaar. Eerst zijn ze wel boos en lopen ze een poosje te mopperen en te blazen. Maar als ze afgekoeld zijn, zoeken ze elkaar weer op en beginnen elkaar te vlooien, slaan een arm over elkaar heen of geven zelfs een kusje. Daarmee is de vrede
gesloten en het sociale contact herstelt. De moraal van dit verhaal; betrokkenheid van ouders geeft vrijheid en grenzen. Ouders met begrip voor emoties zorgen dat waardering gedeeld wordt en daarmee ruzies een tijdgrens krijgen. Waardering is een vorm van interactie, communicatie over en weer. Waardering zorgt ook voor goedmaken.

Labels: , , , ,

dinsdag 7 juli 2009

Spelen op agenda van gemeentes

Spelen zou op de agenda moeten staan bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het 'netwerk' Spelen, waarvan Platform Ruimte en de Speelraad deel uitmaken, verspreidt brieven voor politieke partijen waarin aandacht voor speelbeleid wordt gevraagd. De leden van dit netwerk proberen de lokale partijen in hun eigen gemeente te bereiken, in het besef dat daarmee veel gemeentes buiten bereik blijven. Deze brief is ook door u te versturen. U kunt deze opvragen bij adviesbureau Spelen; m.valck@speelgoedadvies.nl. Neem niet bij voorbaat aan dat uw gemeente wel op de hoogte zal zijn, want zelfs als dit zo is, kan een extra verzoek geen kwaad.

De eerste reacties op deze brief, zijn zoals verwacht. Wonend in een groene gemeente verwijzen lokale politici naar plekken waar ze al voor gezorgd hebben. Maar ruimte creëren om te spelen is niet genoeg. De mogelijkheden van die ruimte moeten uitnodigen om daar te willen spelen. Overzichtelijke, vandaalbestendige luchtplaatsen nodigen niet tot te weinig uit. Je kunt er voetballen. Kleine kinderen spelen daar veilig en voor iedereen zichtbaar. Maar grotere kinderen missen daar mogelijkheden om te avonturieren, uit het zicht te spelen, hun eigen mogelijkheden te bespelen. Naast letterlijke ruimte in vierkante meters, is figuurlijke ruimte nodig.

Een voorbeeld. Voor mijn huis is een grote speelplek. Een prachtig terrein: goed onderhouden, veilig afgezet met lage heg langs de weg en overzichtelijk. Alle buren (ruim 50) kijken op het veld vanuit hun keuken/huiskamerraam en bovenverdieping. Op het grote grasveld domineren de jongens met voetbal. Aan de rand staat een metalen klimrek waaraan vooral meisjes hangen. Aan de andere kant een wipkip (nou ja een motorfiets) voor peuters. Maar vaker gebruikt door aankomende pubertjes die bij het vallen van de avond graag de veerkracht uittesten terwijl hun vrienden op de verhoging zitten of met een bal op de tafeltennistafel spelen bij gebrek aan batjes. De nieuwe nestschommel is beslist een aanwinst, voor alle leeftijden. Zelfs uitgeprobeerd door twee buurvrouwen. Helaas bleek het plezier, niet tegen de gene op te wegen. Ze deden het een keer. Jammer. Op het geplaveide deel staan bankjes waar zelden iemand op zit. Ja deze prachtige voorziening wordt gebruikt, maar ondanks de mogelijkheden, veel te weinig. Veel minder in ieder geval dan de niet voor spelen ingerichte beplanting op een geaccidenteerd gedeelte. Bomen en struiken onttrekken ieder zicht. Daar spelen alle buurtkinderen tussen 5 en 12 jaar met elkaar. In het afgeschermde licht, achter, onder en in bomen. Iedere dag, zomer en winter. En ja de klagende buren hebben gelijk; het groen lijdt. Tussen de bomen ontstaan paden en verborgen plekken, takken worden afgebroken, kuilen gegraven. Pogingen om de jeugd uit de bosjes te weren hebben tot niet toe niet gewerkt. Gelukkig maar. Natuurlijk zijn de jongens blij met hun voetbalveld, de meiden met hun klimrek om op te duikelen en te kletsen, de pubers met hun wipkip en allemaal met hun nestschommel. Ze willen daar ook best gezien worden of het kan ze niet schelen omdat ze binnen de regels bezig willen zijn. Maar spelen zonder toezicht, overzicht en in het zicht, met natuurlijke mogelijkheden in plaats van geprefabriceerde toestellen en vastgelegde regels en posities, dat is ook nodig.

Ik wens iedere gemeente een speelbeleid toe met aandacht en uitdaging voor alle voorwaarden voor leuk en goed spelen. Dat is meer dan sportvelden en overzichtelijke, makkelijk te onderhouden speelgelegenheid. Daar hoort aandacht voor de inrichting van schoolpleinen bij, mogelijkheden voor speelotheken, samenwerkingsverbanden waarmee buitenschoolse activiteiten verbreed kunnen worden en leuke en veilige routes naar basisscholen om kinderen zelfstandig naar school te laten lopen of fietsen. En vooral een beleid waarbij spelen beschermd wordt tegen klagende omwonenden die hun perfecte wereld vol rust,reinheid en regelmaat bedreigd zien door de letterlijk ongebaande paden van spelen. Begrip voor de kenmerken van spelen, de voorwaarden voor spelen, is nodig om spelen de waarde te geven die het kan hebben.

Investeringen in de jeugd, betalen zich in zevenvoud terug...

Labels: ,

woensdag 3 juni 2009

kwaliteit kinderopvang heeft aandacht voor spelen nodig

Leidsters in de kinderopvang zijn onvoldoende opgeleid om de ontwikkeling van de kinderen te stimuleren. Dit blijkt uit het rapport ‘pedagogische kwaliteit van de opvang voor 0- tot 4-jarigen’van het NCKO maart 2009. De groepen worden groter, deskundigheidsbevordering van de medewerkers blijft achter. De dalende kwaliteit van de kinderopvang sinds 2005 gaat verder. Vergeleken met de internationale normen scoort de Nederlands opvang niet best.

Heel heel langzaam dringt het door hoe pedagogische aandacht voor spelen, ontwikkeling tot gevolg kan hebben. Te langzaam, naar mijn mening. Het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO)deed onderzoek naar de pedagogische kwaliteit in de kinderopvang anno 2008 en was niet tevreden. In vergelijking tot het vorige onderzoek spraken de samenstellers hun zorg uit over de dalende pedagogische kwaliteit betreffende communicatie, interactie en inspiratie van pedagogisch medewerkers. Het rapport Pedagogische kwaliteit van de opvang van 0- tot 4-jarigen in Nederlandse kinderdagverblijven in 2008, is samengesteld door Het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek. Dit is een samenwerkingsverband tussen drie hoogleraren, verbonden aan drie Nederlandse universiteiten:
prof. dr. L.W.C. Tavecchio (Universiteit van Amsterdam),prof. dr. J.M.A. Riksen-Walraven (Radboud Universiteit Nijmegen),prof. dr. M.H. Van IJzendoorn (Universiteit Leiden. Kinderdagverblijven scoren, blijkens onderzoek, prima op de wettelijke kwaliteitseisen. Ouders zijn tevreden met de opvang. Maar de resultaten van het NCKO-onderzoek 2009 bevestigen de noodzaak voor verbetering van de pedagogische kwaliteit in de dagopvang. Uiteraard wil de branche dit doen door het budget voor deskundigheidsbevordering te verhogen. Prima, want dat is over het algemeen te laag en ook nog onevenredig verdeeld. Voor een managementbijeenkomst of congres telt men met overtuiging voor het nut snel €1000,-- uit, maar voor een themabijkomst voor vijftien leidsters lijkt dit als totaalbedrag een uiterste grens. En voor gastouders, waar ook nog BTW voor berekend moet worden omdat ze niet onder de vrijstelling vallen, lijkt de noodzaak van deskundigheidsbevordering het praktische bezwaar voor aanwezige idealen. Toch is omgaan met spelen de essentie van werken in de kinderopvang. De manier waarop leidsters met spelen en speelgoed omgaan bepaalt de veiligheid, de sfeer en de uitdaging voor kinderen en daarmee het speelpeil. Hoe hoger het speelpeil hoe groter de kans dat dit spelen waarde heeft voor de ontwikkeling. Het speelpeil bestaat uit de concentratie waarmee kinderen spelen, hoe vaak en veel ze iets doen en hoeveel eigen inventiviteit ze daar bij gebruiken. Daar is veel aan te verbeteren. Te veel leidsters richten zich op verzorging, de wensen van ouders en risicoloos bezig zijn. Veel pedagogisch medewerkers denken dat spelen of vanzelf gaat of alleen goed gaat als ze het voordoen. Ouders vragen niet naar verbeteringen in sociale vaardigheden en actief taalgebruik, wel of de kinderen geslapen hebben (niet te lang graag, want na een dag hard werken wil je 's avonds ook een beetje rust). De begeleiding van spelen wordt bepaald door de visie van organisatie. In menig pedagogisch werkplan staat weinig tot niets over spelen met visie op houding, ruimte, middelen en kinderen. Leidsters bepalen wat kan en mag bij spelen. Zijn ze voorschrijvend of inspirerend, storen ze of dagen ze uit tot nieuwsgierig zijn. Hoe gaan ze om met veiligheid? Weten ze waar ze op moeten letten bij het kiezen van speelgoed en middelen om mee te spelen? Weten ze waarom ze wel of niet kunnen vertrouwen op de veiligheid van speeltoestellen, speelgoed en wat kinderen daarmee wel en niet kunnen doen? Kunnen ze hun visie op goed spelen vertalen in hun aanbod van bijpassende mogelijkheden, of blijft de theorie steken in aanbiedingen en wat ze zelf leuk vinden? Wat weten ze van de verschillen tussen kinderen en daarmee om te gaan. De verschillen tussen jongens en meisjes, interculturele verschillen, verschillen in aard en leeftijden. En wat deze verschillen betekenen voor begeleiding, uitdaging, middelen, ruimte en zelfstandigheid. En hoe ze kunnen inspireren maar ook begrenzen op een verantwoorde manier waardoor uitdaging en veiligheid elkaar versterken in plaats van in de weg zitten. Hoe versterken ze de doorlopende cyclus van ervaren ontdekken uitproberen, herhalen waarmee vaardigheid en inzicht is te verwerven waarmee nieuw ervaringen mogelijk worden, mogelijk blijven.
Daar hebben leidsters nog steeds moeite mee. De opleidingen waren jarenlang op zorg gericht, op hygiëne en veiligheid. Ouders rekenen leidsters hier op af. Het zit wel goed met de zorg, wordt ook in bovengenoemd rapport geconstateerd. De waarschuwing geldt de uitdaging en begeleiding tot ontwikkeling. Vierjarigen gaan naar de basisschool. Steeds meer kinderen komen daar met achterstanden binnen. Dat baart zorg waar ook kinderopvangorganisaties een bijdrage aan leveren.

Maar ook deze berichtgeving over toegenomen achterstanden opgelopen in de voorschoolse periode leidt weer tot korte termijn doelen. Te snel besluit men weer tot een volgend VVE traject ….Ik noem dit tomtommen…met drukt de gewenste eindbestemming (het resultaat) in en denkt daardoor de snelste weg daarheen te vinden. Ontwikkeling door spelen, verloopt niet langs een rechte weg.

Ik pleit voor verlegging van de aandacht. Niet alleen kijken naar de resultaten, vooral bezig zijn met het proces. Door bezig te zijn met hoe daag je uit, maak je nieuwsgierig, stimuleer je ervaren (bewust zien, horen enz), geef en groeit vertrouwen en daadkracht. Daarmee ontwikkelingen kinderen vaardigheden en inzichten die ze nodig hebben voor schoolse kennen en kunnen.
Geboeid spelen leidt tot concentratievermogen. Buiten spelen draagt bij aan bewegen, ruimtelijke oriëntatie, motorische ontwikkeling, logisch denken. Samenspelen tot praten, overleggen en plannen uitvoeren. Construeren aan oplossingen kunnen vinden, samenhang zien en doegericht werken. Zo kan ik doorgaan. Spelen vormt de essentie van ontwikkeling en juist voor deze essentie is dringend meer aandacht nodig. Wij bepalen wat kan en mag en daarmee bepalen wij, volwassenen, speelpeil en ontwikkelingskansen. Spelen gaat niet vanzelf.
Geen kind speelt om zich te ontwikkelen. Het ontwikkelt zich door te spelen. Het speelt omdat – en zo lang, het leuk is om te spelen. En wij, de volwassenen, onze maatschappij, leidsters of pedagogisch medewerkers en ouders, bepalen wat kan en mag… Wij hebben de macht en de mogelijkheden om spelen leuk en goed te laten zijn. Want goed en leuk spelen geeft de hoogste opbrengst voor de ontwikkeling.

Uiteraard wil Adviesbureau Spelen en Speelgoed deskundigheid over spelen en speelgoed bij pedagogisch medewerkers bevorderen. Daar zijn we voor en niet alleen omdat we daar goed in zijn...maar vooral en in de eerste plaats omdat we het met overtuiging van het belang doen. Wanneer we kunnen bereiken dat kinderen ook maar een beetje beter en leuker kunnen spelen, zou ons dat heel tevreden maken. We vinden het zo belangrijk dat we proberen bereikbaar te zijn voor iedereen en elke portemonnee. Wat niet wegneemt dat het ons treurig stemt hoe spelen onderschat wordt. Wat onder andere kan blijken uit wat men over heeft voor goede, onafhankelijke en inspirerende informatie waarmee niet alleen de kwaliteit van leven voor kinderen een opkikker krijgt, maar ook die van pedagogische medewerkers, ouders en organisaties.
Dus kom maar op.....Wij willen .....

Labels: ,

zaterdag 18 april 2009

tomtommen en sporten

Ik heb hoop. Hoop voor kinderen en voor ouders. Ze mogen weer gaan genieten van spelen. Maar het is nog niet zo ver. In een maand zie en hoor je overal om je heen signalen waaruit blijkt dat men zich zorgen maakt over het 'oude denken', zoals ik het maar noem. Denken gericht op prestaties en niet gericht op het proces. Wie uitgaat van de beoogde prestatie en daar het speelproces op afstemt, krijgt steeds vaker niet wat hij verwachtte. Bijvoorbeeld: De tegenvallende resultaten van VVE projecten. Dit zijn voorschoolse trajecten waarmee peuters worden voorbereid op het schoolse leren. De resultaten van alle inspanningen vallen tegen. Je kunt peuters wel woordjes leren, maar na twee jaar is het effect nog nauwelijks te meten.
De aanmoedigingen om vooral veel voor te lezen leiden niet tot opvallende verbeteringen in het actief taalgebruik bij kinderen. Hoe dat komt volgens mij; kinderen ergens mee laten kennismaken is maar de helft van het verhaal. Letterlijk een voorlezer spreekt de woorden uit die door een auteur geschreven zijn. Niet zijn eigen woorden, helaas soms zelfs niet zijn eigen intonatie. Kinderen leren misschien luisteren, zich concentreren maar met weinig voorstellingsvermogen hebben ze een vertaling nodig naar concreet handelen. Vragen over het verhaaltje kan helpen, ze laten spelen, tekenen of uitdagen om het verhaal na te vertellen geeft vorm aan wat ze hoorden. Kinderen hebben een eigen vertaling nodig, in hun spel, met hun eigen vriendjes, naar eigen interesse.

In de wereld van het Jonge Kind, het vakblad voor mensen die goed bezig willen zijn met peuters en kleuters, staat deze maand een pleidooi van Wilna Meijer tegen programmatisch spelen in de onderbouw ofwel de oude kleuterschool. Met het besef dat opheffen van de kleuterleidsteropleiding een hele grote fout was met toenemende schadelijke gevolgen. De oude kleuterleidsters zijn bijna allemaal gestopt met werken, de laatste lichting is bijna zestig. Spelen is steeds meer 'tom-tommen'geworden...het einddoel ingetoetst en de rechte weg daarheen lijkt duidelijk. Maar ontwikkeling is niet in een rechte te trekken. Ontwikkeling is een persoonlijke weg waarin fases van ervaren, ontdekken en uitproberen zijn te herkennen, maar ieder kind ervaart anders, doet andere ontdekkingen, wil andere dingen uitproberen. Geen kind speelt om zich te ontwikkelen. De essentie van spelen houdt vrijheid in, zelf kunnen kiezen, zelf oplossingen zoeken, zelf interesse kunnen bepalen.
Wij kunnen voor uitdaging zorgen. Wij bepalen wat kan en mag. Wij geven de grenzen aan. Maar laat de ruimte binnen deze grenzen het domein van kinderen zijn. Laten we niet willen bepalen hoe kinderen met de door ons gegeven mogelijkheden spelen....
Geef ze de ruimte en de uitdaging om met de door ons gegeven mogelijkheden hun eigen spel te spelen....

Steeds dezelfde denkfout leidt tot mislukking gedoemde nieuwe intiatieven. Meer bewegen bijvoorbeeld, leidt niet tot uitdagen om meer buiten te spelen maar tot de mentaliteit dat je als ouder verantwoord bezig bent om je kinderen naar een sportclub te sturen, of een muziekschool...want daar leren ze nog wat, is proffesionele begeleiding en het is nog goed voor hun netwerk ook. Natuurlijk spelen kinderen daar voetbal, hockey of panfluit...precies voor de regels in een leuk team. Een zoon van mij, ja die, sprak van 'opgedrongen kennissen'; vrienden die hij alleen bij sporten zag, uitstekende mensen maar hij had ze niet zelf gevonden. Sporten is goed voor de motoriek, de scoiale vaardigheid en het zelfvertrouwen maar is niet te vergelijken met buiten spelen. Het is niet het een of het ander...het moet allebei.

De aandacht voor buitenspelen groeit maar wordt vaak direct weer voorzien van een letterlijke en figuurlijke route. Buitenspeelveldjes om op te tennissen, speelattributen met opdrachten, een klimbommenbos met een cursus klimmen......
We willen spelen mogelijk maken. We willen het beste, betaalbaar en veilig en vertalen dit vaak in overzichtelijk, hufterproof (makkelijk in onderhoud) en klachtenvrij. Dit laatste betekent dat we vooral geen last van spelen mogen hebben. Iedere klacht wordt serieus genomen. Kinderdagverblijven mogen de kinderen niet buiten laten spelen, hangjongeren zorgen voor onrust omdat groepen per defintie bedreigend overkomen, mooie plannen slinken of stikken door bezorgdheid. Toch maar kunstgras want minder zorg en het kan ook in het paars, toch maar niet want je weet maar nooit wat jongeren daarmee zouden kunnen verzinnen.....

Mijn pleidooi voor spelen is niet zonder grenzen. Kinderen mogen niet alles. Maar het probleem is dat kinderen van ons vaak niet mogen wat ze zouden moeten mogen voor een speelse ontwikkeling. De grenzen liggen te dicht bij de uitdaging...als een samengeknepen ballon. Daardoor gaan ze over de grenzen van wat kan en mag, buiten de ballon, waarbij ze ruimte die ze zouden moeten kunnen verkennen binnen aanvaardbare grenzen van een niet dichtgeknepen ballon, niet leren kennen.

Labels: , , , , ,

zaterdag 28 februari 2009

spelen en Darwin

In dit Darwinjaar tuimelen de evolutiemeningen over elkaar heen. Of de bijbel een krant is, is voor mij niet belangrijk...wel dat het een prachtige wereld is waarvan ieder microscopisch klein onderdeel mij blijft verbazen. Aan de evolutie twijfel ik niet, wel aan de gelijkschakeling van waartoe mensen en natuur in staat zijn.

Wat mij boeit zijn de specifiek menselijke mogelijkheden tot blijvende ontwikkeling, niet alleen van zichzelf. We hebben ook invloed op de ontwikkeling van de natuur, dieren en gewassen. Blijvende veranderingen waar geen ander 'wezen' toe in staat is, in zo'n korte tijd met zulke verstrekkende gevolgen. De kenmerken van ontwikkeling zijn de kenmerken van spelen; door uitdaging aan te gaan met nieuwsgierigheid, ervaren we bewust (bewust gebruik van zintuigen), waardoor ontdekkingen mogelijk worden die we uitproberen wat leidt tot nieuwe ontdekkingen en herhalingen waarmee we vaardigheden en inzichten op doen waarmee nieuwe uitdagingen binnen bereik komen..Dat geeft ons wetenschap, cultuur, opvoeding. Dat is het gevolg van spelende mensen. Het enige verschil tussen spelen en bewust ergens mee bezig zijn is dat kinderen concreet denken zonder of met weinig abstract voorstellingsvermogen. Wij kunnen abstract 'spelen' met woorden, ideeën en mogelijkheden.
Dieren spelen ook. Zo leren zij zich gedragen als hun ouders en kunnen ze leven in dezelfde omstandigheden en op dezelfde manier als hun ouders. Mensen gaan in hun spelen oneindig veel verder. Wij leven anders dan onze ouders...en onze buurman. Mensen hebben meer dan fysieke en verstandelijke ontwikkelijk, ze hebben geest. Dat vage begrip dat niet is te duiden maar waarvan we allemaal weten dat we het hebben. Waaraan we ons individu ontlenen en ons algemeen bewust zijn. Niet terug te vinden voor materialisten, maar door iedereen erkent. Geest is meer dan verstand. Je verstand gebruik je….zoals de geest deze kan aanstuurt.
Spelen is daardoor individueel en letterlijk grensverleggend. Een spelend kind is bezig met zijn ego.Dieren kunnen zich niet zo snel aanpassen aan nieuwe mogelijkheden en verzinnen zelf geen nieuwe mogelijkheden. Ze bouwen eeuwenlang hun nesten op dezelfde manier…onze huizenvorm vernieuwt zich voortdurend, ze doen geen uitvindingen die binnen 10 jaar het leven voor iedereen veranderen (Internet) en ze laten zich niet leiden op wereldwijde schaal door onzichtbare krachten om het nog maar niet te hebben over de spirituele krachten. Ontwikkeling van mensen is datgene waar het ego zich mee bezighoudt

Mensen ontwikkelen zich, net als dieren, spelend maar gaan vanaf het begin veel verder dan het voor de hand liggende reageren op uitdagen en nieuwsgierigheid. Zij durven nieuwe ervaringen aan, gaan voor nieuwe ontdekkingen vanuit een sterk gestuurde individualiteit. Daarmee ontwikkelen ze niet alleen zichzelf maar hebben ze continu invloed op de ontwikkeling van hun omgeving ( de manier waarop ze omgaan met mensen, dieren, dingen, omgeving). Uiteraard hangt deze invloed af van de mogelijkheden en de positie….een kind op het platteland heeft andere mogelijkheden dan aan de grachtengordel. Een politicus andere mogelijkheden dan landschaparchitectuur, maar allemaal hebben we invloed op elkaar, onze maatschappij en de wereld, soms lokaal, soms nationaal, soms wereldwijd: We leggen allemaal een steen in de rivier…
Die potentie maakt ons mensen uniek en de essentie van deze potentie ligt in spelen: uitdaging met nieuwsgierigheid aangaan om te durven ervaren wat nieuw is, risico te nemen bij ontdekkingen en deze door toetsing en herhaling om te zetten in toepasbare vaardigheden en inzichten waarmee nieuwe uitdagingen binnen bereik komen.

Ik wil meer aandacht voor de voorwaarden voor deze unieke kenmerken van ons mens zijn. De basisvoorwaarden zoals: uitdaging bieden, nieuwsgierigheid waarderen, letterlijk maar vooral ook figuurlijk de ruimte bieden om kinderen eigen ideeën te laten verzinnen en uitwerken, oplossingen te zoeken, tijd te gunnen om te falen, te zoeken, te ontdekken.
Deze mentaliteit moet terug te vinden zijn in
- onze houding en spelbegeleiding: niet zeggen maar vragen, tijd geven, ruimte geven voor het kinderlijke en niet perfecte met de uitdaging om verder te zoeken dan de kant en klare oplossingen en het voor de hand liggende; Nieuwsgierig maken, waarderen voor wie het kind is. Dit vereist belangstelling, betrokkenheid niet voor wat maar voor het hoe… NIET LANGER UITGAAN VAN HET TE BEOGEN RESULTAAT, ZOALS DE VVE PROGRAMMA'S (een soort Tomtomprogramma's; daar willen we zijn...dat is de kortste weg), MAAR UITGAAN VAN HET PROCES
- Ons aanbod, zowel in speelgoed, speeltoestellen, speelruimte als de activiteiten, met meer ruimte voor ervaren (bewust gebruik van zintuigen,snoezelen staat niet voor niets bij ons aanbod) zonder activiteiten dwingend te maken (gebruik voor te schrijven), nieuwsgierigmakend, ruimte voor experimenteren, meer basis dan kant en klaar, meer middel dan doel, meer opgave dan uitwerking . Meer begeleiding voor het aanleren van technieken dan voorschrijven wat er met die techniek gedaan moet worden.
- De manier waarop wij behoeftes van kinderen vertalen in begrip; niet wat kinderen willen hebben of willen doen is daarvoor essentieel maar waartoe wij kinderen willen uitdagen en in de gelegenheid willen stellen, niet de prestatie maar het proces, niet de vraag van kinderen maar onze vragen….

Dit alles vanuit de overtuiging dat geen kind speelt om zich te ontwikkelen maar zich ontwikkelt door te spelen; geen oorzaak maar gevolg. Een kind speelt omdat – en zo lang – het leuk is om te spelen. Hoe leuker ze spelen vinden, hoe langer ze spelen en vaker ze hun menselijke inventieve vermogens gebruiken (grensverleggend bezig zijn). En wij hebben een enorme invloed op dat spelen door dat wij bepalen wat kan en mag, wat we waarderen en wat niet, wat wij belangrijk vinden maken we mogelijk en laten we toe en daarmee bepalen we voor een heel groot deel of kinderen iets leuk kunnen en mogen vinden.

Wat ik zou willen dat we met elkaar het accent verleggen naar hoe wij spelen kunnen herwaarderen. Met de nadruk op waarderen…en daarna de praktische vertaling door het leggen van andere accenten:
Spelen gaat niet vanzelf. Kinderen hebben voortdurend uitdaging en inspiratie nodig door de gestelde vragen Hoe wat waar enz., nieuwe materialen, waardering, aansporing, betrokkenheid.

Labels:

dinsdag 3 februari 2009

nieuwe workshops voor kinderen met en zonder beperking

Wij kunnen meer! Adviesbureau Spelen en Speelgoed geeft onafhankelijke informatie over spelen en speelgoed vanuit een pedagogische achtergrond. Dit wil betekenen dat we niet verbonden zijn aan merken of visies. Wij willen ouders en begeleiders van kinderen leiden naar betrokkenheid bij spelende kinderen waardoor ze mogelijkheden zien en weloverwogen keuzes kunnen maken. Dit geldt voor alle volwassenen, betrokken bij alle kinderen. Onderscheid maken we niet want alle kinderen hebben recht op zicht op en waardering voor hun unieke mogelijkheden. Wij gaan uit van mogelijkheden, niet van onmogelijkheden. Vraag mensen wat ze missen en ze worden verdrietig. Vraag mensen wat ze hebben en ze worden enthousiast.
Met deze uitgangspunten hebben we aandacht voor verschillen van kinderen met verschillende mogelijkheden. Een kind dat niets bijzonders is, dat is pas bijzonder!
We geven daarom geen koopadviezen zoals 'Voor een kind van drie jaar en twee maanden oud is dat leuk' want het ene kind van drie jaar oud, is het andere niet. We vertellen wel waar je op kunt letten en wat je kunt doen met datgene wat je dan kunt zien.

Toch bieden we nu workshops voor kinderen met een beperking aan.
Dit is geen koerswijziging maar meer het kunnen verzorgen van speciale onderwerpen waar veel ouders en begeleiders praktische informatie uit kunnen halen. We hanteren daarvoor dezelfde uitgangspunten. Deze workshops zijn dus ook geschikt voor kindrdagverblijven, ouderavonden en peuterspeelzalen, want ook kinderen zonder (erkende) beperking kunnen plezier en waarde ontlenen aan snoezelen, aromatherapie een aangepast speelgoed.

Snoezelen en aromatherapie geven een praktische invulling aan wat wij belangrijke elementen vinden van spelen: bewust ervaren...het bewust leren gebruiken van de zintuigen...bewust zien, horen, voelen, ruiken, proeven.
Voor deze workshops worden gepresenteerd door ervaren inleiders met gebruik van bijzondere materialen. Meer informatie vindt u in onze nieuwe folder.

Labels: , , ,

donderdag 8 januari 2009

informatie over houten schaatsen en sleeen

Nederland in de ban van ijspret. Na zoveel jaar zonder ijs probeert een generatie ouders bijna vergeten kennis over houten schaatsen op te halen....want peuters en kleuters gun je toch gekrabbel op houten doorlopers. Daarom hierbij wat gegevens uit het door mij geschreven Speel Goed Boek , eerste hulp bij het kiezen van speelgoed.. In dit boek staat informatie over honderd soorten speelgoed, van makkelijk naar moeilijk, met speelwaarde beschrijving en waar u op kunt letten bij het kiezen en gebruiken van dit speelgoed.
Over schaatsen Van houten blok- of klompschaats via houten doorlopers, houten Noren,tot schaatsen met schoen.
De waarde van dit schaatsen voor de ontwikkeling bestaat uit overwinnen van moeilijke omstandigheden, vallen en toch weer opstaan. Daar is doorzettingsvermogen, evenwicht en spierkracht voor nodig met als extra druk de korte tijd die is gegeven om op natuurijs te kunnen schaatsen. Extra bonus is beslist het kunnen komen op plekken waar je normaal niet kunt zijn. Goed leren schaatsen kan volgens kenners het best op houten schaatsen omdat hierdoor de enkels en voetspieren het best worden gesterkt en het evenwicht beter wordt ervaren dan op schaatsen vastgeklonken aan stevige schoenen. Riemen zijn daarbij makkelijker en steviger in gebruik dan banden. Friese doorlopers zijn minder maatgevoelig dan blokschaatsen. De extra punt geeft stabiliteit en stimuleert het glijden in plaats van het lopen. Met blokschaatsen is het afzetten weer makkelijker. Houten doorlopers zijn schuin geslepen. De buitenkant is het hoogst. Daarom bij deze schaatsen altijd goed opletten of de rechterschaats wel aan de rechtervoet zit. Natuurlijke materialen voorkomen zweetvoeten, zacht worden van de huid en blaarvorming en zijn daarom beter voor sokken en schoenen...dit geldt ook voor het gebruik op houten schaatsen.
Over slee en; Van houten slee, via kunststof matjes naar bestuurbare bobslee. De waarde van sleeen wordt bepaald door de het uitgaan van uitdaging, het overwinnen van nieuwe mogelijkheden, de coördinatie van spieren, evenwichtsgevoel, ruimtelijke orientatie en reactiesnelheid. Dreumesen kunnen letterlijk hun speelgoed aan de hand nemen, wat past bij hun behoefte aan zorg geven en verantwoordelijkheid nemen. Een beer op de slee voorttrekken geeft een machtig gevoel... Kleuters houden van herhalen en zichzelf verbeteren. Middenbouwers voor competitie, de eerste, de snelste en de dapperste. De bovenbouwers gaan voor de techniek; sturen met het lichaam, remmen, draaien en springen. Liggend kunnen kinderen beter met hun hele lichaam sturen dan zittend.
Tegenover de voordelen van lichtgewicht kunststof sleematten, het nadeel van laagzittende kinderen waardoor ze veel sneeuw, (pekel)vuil over zich heen krijgen en uiteraard in direct contact staan met alle oneffenheden. Een touw om de slee voort te trekken bevestigt op twee punten geeft mogelijkheden tot sturen.
meer informatie staat in het SpeelGoedBoek, eerste hulp bij het kiezen van speelgoed, verkrijgbaar via www.speelgoedadvies.nl naar wens gesigneerd, of via SWP Amsterdam of de boekwinkel ISBN-13.978.90.6665.712.0
Bij alle wensen voor 2009 wens ik u vooral veel speelplezier toe.

Labels: , , ,

zondag 30 november 2008

commentaar op speelgoed van het jaar

Of ik wat tegen het Speelgoed van het Jaar heb? Nee, wel tegen de beeldvorming..alsof het het beste speelgoed is...de altijd goede kant en klare oplossing. Mijn bezwaren op een rijtje:
- De speelgoed van het Jaar verkiezing is, volgens mij, een weloverwogen marketinginstrument van de handel. Een kooptip waar veel ouders meer houvast aan denken te hebben dan zou moeten. Want natuurlijk is het geen slecht speelgoed, maar of het goed speelgoed voor uw kind is kunt u alleen weten...want speelgoed moet passen bij zijn of haar spel. Goed gemaakt speelgoed of speelgoed dat er leuk uitziet is niet hetzelfde als pedagogisch verantwoord voor uw kind. De verkiezing is daar niet duidelijk over. Het is een commercieel gegeven met een niet uitgesproken suggestie van pedagogisch verantwoord. Ze wordt georganiseerd door de Stichting Goed Speelgoed. Deze stichting heeft zich ten doel gesteld aandacht te vragen voor - de verkoop van - goed speelgoed. Het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de twee brancheorganisaties van winkeliers en leveranciers. Lang niet alle winkeliers en leveranciers zijn hierbij aangesloten. Belangrijk zijn vooral de inkooporganisaties zoals Intertoys, Top1 toys, Bart Smit die veel merken en artikelen in hun breed gesorteerde speelgoedwinkels zetten. De door deze stichting bijeengeroepen jury bestaat uit het merendeel uit mensen uit deze branches. Daar zou nog wat voor te zeggen zijn als het oordeel uitsluitend commercieel zou zijn. Maar...en dat is essentieel voor mijn bezwaar...commercie en pedagogiek lopen hierbij door elkaar. De jury bestaat voor een klein deel uit mensen die denken te weten wat goed is voor kinderen ...of wat kinderen goed vinden. Hun opdracht is onduidelijk. Wat is het Speelgoed van het Jaar?....het mooiste speelgoed...het nieuwste...het meest pedagogisch verantwoorde...het leukste...het best verkochte.
Volgende essentiële bezwaar is dat de jury alleen beoordeeld wat door de leveranciers zelf is ingeleverd. Geen controletesten, geen vergelijkend waren onderzoek, geen criteria vastgelegd in vergelijkbare beoordelingen.
Derde bezwaar : het genomineerde speelgoed moet algemeen verkrijgbaar zijn. De verklaring van de Stichting Goed Speelgoed hiervoor is dat het geen speelgoed mag zijn dat slechts bij een inkooporganisatie aanwezig is. Het resultaat is dat leveranciers die hun speelgoed willen laten meedoen met de speelgoed van het jaar verkiezing, moet zorgen dat ze voor nominatie hun artikelen hebben geplaatst bij de inkooporganisaties. En dat betekent dat wanneer de heren van Blokker en Vendex het speelgoed niet tegen voor hen acceptabele voorwaarden willen opnemen in het sortiment van onder andere Intertoys, Bart Smit, De Bijenkorf en-of V en D en Toptoys, het speelgoed niet in aanmerking komt. Niet alle leveranciers willen aan die voorwaarde voldoen en niet alleen voor de kosten die de stichting in rekening brengt voor het 'behalen' van de nominatie. De grote inkooporganisaties willen ook niet alles opnemen. Ze zijn breed gesorteerd maar verkopen niet alles. Ruim 20% van de winkeliers is niet aangesloten bij een branche organisatie. Deze winkels zijn gespecialiseerd. Zij verkopen dikwijls speelgoed dat niet in de breedgesorteerde winkels te vinden is, al verkopen ze meer dan blank hout. Kortom, niet al het speelgoed krijgt gelijke kansen om mee te doen.
Het volgende bezwaar geldt de volgende stap; de klant mag kiezen uit de nominaties. Deze klant is in de regel niet deskundig, kent het speelgoed niet, kan het niet uitproberen laat staan vergelijken. De klant gaat af op een indruk gebaseerd op uiterlijke kenmerken, in combinatie met eigen smaak en mogelijkheden. Kies en win....want als je gekozen hebt wat wint...krijg je het misschien wel. De stichting Speelgoed zegt dat de winnaar ook iets anders mag kiezen uit de nominaties dan waar hij of zij voor gestemd heeft. Dat is mogelijk maar geeft twijfel; want of je kiest iets wat je vindt dat moet winnen maar je wilt het zelf niet hebben, of je kiest iets wat je eigenlijk niet goed genoeg vindt om te winnen omdat je iets anders wilt hebben. En wat kies je als je iets wilt hebben....het mooiste, het duurste, het beste of het meest verantwoorde... Daarmee is het cirkeltje van de bezwaren weer rond.
Tot volgend jaar, dezelfde tijd met waarschijnlijk hetzelfde onderwerp, zelfde commentaar en dezelfde hoop dat er ooit iets zal veranderen. Want ouders kunnen wel een beetje hulp gebruiken bij het kiezen van speelgoed. Zou er nog een programma komen over bijvoorbeeld
- de informatie op de verpakking
- speelgoed als luxe of noodzaak
- het verschil in speelwaarde tussen bijvoorbeeld hout of kunststof, met of zonder Bob de Bouwer
- of gewoon de waarde van ouders bij spelen?

Meer informatie over veiligheid en keurmerken vindt u elders in dit weblog.

Labels:

donderdag 16 oktober 2008

waar op letten bij speelgoed

In het najaar breekt een nieuw speelgoedseizoen aan. Kinderen gaan anders spelen dan in de zomer. Niet alleen omdat het weer slechter wordt, ook omdat school en veel clubs en cursussen in september weer begonnen. Uit een onderzoek van Jantje Beton bleek dat kinderen buiten spelen minder leuk gaan vinden omdat ze steeds minder vriendjes buiten vinden! Agenda's vol met leuke, zinnige afspraken laten weinig ruimte voor vrij spelen, eigen initiatief, toevallige ontmoetingen, zwerfgedrag of zelfs vervelen.
De computer en het speelgoed thuis staan altijd klaar. Heel vaak zijn dit 'schuilplaatsen' waarachter kinderen meer bezig lijken dan ze zijn. Het ideale kind is het kind waar je geen kind aan hebt....wat zegt dit over onze betrokkenheid!
Maar speelgoed..van pop tot computer, moet wel blijven boeien. Alles van voor de zomer heeft nieuwe uitdagingen nodig..een upgrade of liever nog een nieuwe versie...actueler, moeilijker wat gelijk lijkt te zijn aan beter en mooier. Speelgoedleveranciers begrijpen dit. menig oud spel verschijnt in een nieuwe doos, met wervende teksten als nieuw, verantwoord of leerzaam. Daarmee willen ze ouders over de streep halen om de keuze van kinderen te betalen. Kinderen kiezen op andere kenmerken; kleur, licht, geluid, grootte, beweging, herkenbare details...
Uiterlijke kenmerken bepalen en beperken spelen. Hoe meer uiterlijke kenmerken speelgoed heeft, hoe duidelijker speelgoed doel is in plaats van middel. Speelgoed als doel bepaalt het spel: een knopje voor het licht, een goed antwoord voor de zoemer, bob de bouwer is niet zo maar een bouwvakker. Goed speelgoed is een middel, zoals een hamer een middel is om te timmeren zonder dat bepaald is wat getimmerd wordt.
Niet alles is zwart - wit...of in speelgoedtermen...kleur kan een waardevolle functie hebben net als al die andere uiterlijke kenmerken.
Ouders en leidsters kunnen bij het maken van een weloverwogen keuze op de volgende kenmerken letten:
- Leuk: wat kinderen leuk vinden is wat anders dan ouders goed vinden. Een goede keus is leuk en goed.
- Veiligheid: speelgoed moet voorzien zijn van een CE markering met daarbij naam en adres van de Nederlandse leverancier. Bewaar dit adres voor eventueel contact. Keurmerken zoals tuv, GS en andere vignetten geven altijd een deelaspect aan waarop onafhankelijk onderzoek en goedkeuring is verleend. Teksten als : niet geschikt voor kinderen onder de 3 jaar, zijn bedoeld om claims te voorkomen en zeggen niets over de leeftijd waarvoor dit speelgoed bedoeld is. (Fabrikanten hechten aan veiligheid...na de gebeurtenissen van vorig jaar zijn de regels aangescherpt met als gevolg dat bijna de helft van de Chinese speelgoedfabrieken gesloten is en de productie is verhuist naar ondernemingen met meer technische voorzieningen waardoor veiligheid beter gegarandeerd kan worden).
- duurzaamheid: Bedenk of het de bedoeling is lang of kort met dit speelgoed te spelen. Een kaartenspelletje met Brunaplaatjes is voor een beperkte leeftijdsgroep aantrekkelijk, terwijl hetzelfde spel met foto's voor alle leeftijden leuk kan zijn. Andersom wil een kind een puzzel met Nijntje eerder proberen dan een algemene afbeelding en zal daar ook minder lang mee spelen. Duurzaamheid en speelduur moeten met elkaar in verhouding staan.
- Leeftijdsindicaties zijn commerciële doelgroepbegrenzingen...zo ruim mogelijk. neem het kind als uitgangspunt. Kijk naar zijn of haar interesses en mogelijkheden.
- Jongens en meisjes; Ga niet te veel af op de verpakkingen. Meisjes spelen meisjesachtig ook met jongens speelgoed en andersom.
- lees over speelgoed bijvoorbeeld in HET SPEEL GOED BOEK zie www.speelgoedadvies.nl

Labels: , , , , ,