Overblijven

Vanmorgen was ik in Steenwijk om voor een groep overblijfkrachten de module speelproblemen te verzorgen. Altijd jammer als belangstellenden maar een module willen. Want je kunt niet over speelproblemen...met een kleine p...praten wanneer je niet eerst hebt kunnen uitleggen wat spelen is en hoe goed spelen er uit ziet. En dat is eigenlijk een andere module. En speelproblemen hangen nauw samen met wat wij een probleem vinden.

Onze verwachtingen kleuren het gedrag van kinderen. maar onze invloed op spelen is, u raadt het, een andere module. En wat bij het ene kind tot problemen leidt, wordt door een ander kind niet zo ervaren. Problemen hebben met de verschillen tussen kinderen te maken. Bijvoorbeeld de verschillen tussen jongens en meisjes, leeftijden/ontwikkeling, cultuur/opvoeding en aard/temperament....dat zijn dus, als je het goed wilt doen, vier modules. Alleen praten over speelproblemen haalt onmiddellijk veel uit de kast. Bijvoorbeeld wat een probleem is.

Vanmorgen kwam het voorbeeld van een leerkracht die de kinderen tijdens het overblijven niet wilde horen! Wat weer tot gevolg had dat de overblijfkracht al waarschuwde voor een kind enthousiast dreigde te reageren. Vorige week bleek bij zo'n zelfde bijeenkomst een leerkracht ook het spelen tussen de middag, onder verantwoording van een vrijwillige overblijfkracht, volledig onder controle te houden. Ze zette tafeltjes klaar, waarop ze puzzeltjes en spelletjes aanbod en aanwees wie daar tussen de middag mee mocht spelen. En op een andere school mochten kleuters niet op het klimrek omdat de directeur de overblijfkrachten niet wilde blootstellen aan eventueel vallende kinderen. Hoewel zo'n klimrek toch gemaakt is voor het schoolplein, inclusief valdempende ondergrond. En weer ergens anders mochten kinderen tussen de middag niet in de zandbak omdat de onderwijzers 's middags geen zand in de klas wensten. Waar ik maar mee wil duiden dat de problemen vaak bij grote mensen beginnen. Zij bepalen wat mag en kan...en vaak mag er maar weinig.

Tussen de middag moeten kinderen even op adem kunnen komen, energie kunnen op doen om 's middags weer geconcentreerd te kunnen 'werken'. Lauk Wolterink benadrukt in zijn pleidooi voor acceptatie van jongensgedrag dat jongens beweging en geluid maken nodig hebben om hormonen zoals testosteron te kunnen luchten. Wanneer jongens moeten stilzitten hopen deze hormonen zich op. Opstoppingen maken jongens sloom en ongeïnteresseerd. Bewegen en geluid maken zijn nodig om afvalstoffen te verwerken en nieuwe energie te geven. Waar bij komt dat jongens veel fysieker zijn ingesteld dan meisjes. Competitie door macht en krachtmeting werken door in ego en prestatiedrang. Precies zoals meisjes doen zonder fysieke kracht en macht, maar met het uitspelen van emoties. Jongens duwen, meisjes sluiten buiten. Eigen positie bepalen is nodig omdat spelen altijd spelen met je ego is en andere kinderen , vooral leeftijdgenoten, de grootste bron voor inspiratie en motivatie zijn.

Overblijven tussen de middag doet geen kind voor een lekkere boterham of een lieve overblijfkracht. Overblijven is belangrijk om vrij te kunnen spelen met klas/schoolgenoten.
Van vrij spelen is vaak nauwelijks sprake. In het boek van Tovey, "Laat ze buiten spelen" wordt vastgesteld dat 'toezichthouders'in de pauze gemiddeld tien maal vaker buiten corrigerende opmerkingen maken dan binnen. En dat de meeste opmerkingen gericht zijn tot jongens, met voor het merendeel aannames...Áls je rent....val je straks', Äls je zo doet, krijg je ruzie', "Pas je op wanneer je dat gaat doen". Al die opmerkingen hebben een negatieve invloed op sfeer en bepalen en beperken spelen nog voor kinderen kunnen beginnen met spelen!
Die zorg voor veiligheid leidt tot rare gevolgen. Bijvoorbeeld tot een sport en spel set vol plastic hockeysticks. Terecht merkte iemand op dat kinderen daar gevaarlijker mee zwaaien en slaan dan met echte houten kinder sticks. Kinderen spelen beter met echt. Zoals ze ruwer omgaan met een plastic hamer waarmee geen deuk in een pakje boter is te slaan...en dus de verleiding groot is om daarmee op alles en iedereen te timmeren. Kinderen doen dit niet snel met een echte (niet te )zware hamer. Daarmee willen ze echte spijkers in echt hout jassen. o'n hamer geeft resultaten die je als kind verwacht. Daar ga je zorgvuldig mee om, want als je dat niet doet heb je zo een blauwe nagel. Hetzelfde geldt voor 'spelen'met echte zagen, hockeysticks en balken. Kinderen verdienen meer vertrouwen. Ze zijn verstandiger dan veel mensen durven te denken.

 


Afdrukken  

Plaats reactie